The word of today (12 February 2026) is:
barkruk
(de) bar·kruk (zelfstandig naamwoord)
= bar stool
bar = bar
kruk = stool
"Aron gaat op een barkruk zitten en bestelt een biertje." – Else Boer, in: Hard//hoofd (2017)
"Door het glas van de deur zag ik nog enkele klanten binnen op barkrukken zitten." – Alphons Levens, in: Met ons allen van het dwaalspoor af! (2005)
